Het was midden in de nacht en nog steeds heet. Even ervoor was de
eerste donder te horen geweest, ver weg nog. De feestgangers stonden
op, loom van de hitte. De bar was net gesloten. Als we nu weggaan, zijn
we thuis voordat het gaat regenen. De groep ging uiteen.
Ik fietste door het park. Mijn huid plakte door de aanhoudende warmte. Er stond nauwelijks wind.
In de verte hoorde ik de tweede donder.
De mensen die nog in het park hadden gezeten, stonden op. Bij het
schaarse nachtlicht zag ik hoe ze hun kleedjes opvouwden en hun lege
wijnflessen bij de overvolle prullenbak neerzetten.
Toen ik het park uitfietste, begon het te waaien. De wind waarschuwde.
De donder komt dichterbij en het gaat zo regenen. Ik liet mijn handen
los van het stuur en liet de wind waaien.
In de straten kwamen overal mensen vandaan, uit café's en van terrassen die net sloten. Rood, bezweet, ontspannen, vrolijk.
Er schoot een bliksemschicht door de hemel boven ons. De donder kwam er
vlak achteraan. Er werd even gegild en gejoeld door wat meisjes op de
hoek. De jongen die ik inhaalde met zijn vriendinnetje achterop lachte
vriendelijk naar me en riep iets van woeeh. Het was spannend en alle
uitgelaten mensen wisten het. Het kon elk moment gaan gieten. Misschien
haalden we ons huis op tijd, misschien ook niet.
In beide gevallen was het niet erg.
Ik trapte door. Het begon harder te waaien en de eerste dikke druppels
werden uit de wolken geschud. In mijn oren klonk mooie muziek, vermengd
met het gerommel boven me. Af en toe werd de straat door bliksem even
helemaal verlicht. Bij elke uiting van natuurgeweld keken de
nachtelijke passanten elkaar even spanningsvol aan. Het was alsof we
met z'n allen in een achtbaan zaten en op hetzelfde moment naar beneden
stortten. Een raar gevoel in je buik, veel gejoel en een veilige
spanning.
De druppels werden dikker en kwamen sneller na elkaar. Ik duwde mijn
fiets in het rek voor de deur. De muziek in mijn oren stopte.
Ik likte een regendruppel van mijn bezwete bovenlip.
Precies op het moment dat ik de sleutel in mijn voordeur stak, brak de hel boven mij los.
Reacties:
Het moet rond dezelfde tijd zijn geweest dat ik mij om 05.00 meldde in Holwerd om te gaan wadlopen. De gids tuurde naar de donkere wolken, telde de bliksemflitsen... en stuurde ons naar huis.
In toen je binnenstapte hingen ineesn Ronja en Maus in je benen?
Lawyerzwelgje () - Zondag 26 Juni '05 - 15:39
Ik geloof er geen drol van
N. - Zondag 26 Juni '05 - 16:01
Nu meen ik mij een stukje uit een ver verleden te herinneren, ergens in Frankrijk dacht ik, waar jij heel erg bang was voor het onweer...
(Dingen kunnen snel veranderen!)
onweer en onweer: dezelfde bui heeft hier in onze mooie Riethilse polder drie koeien gedood. Wij joelden en lachten niet toen we de donder dichterbij zagen komen. Maar ja, wij zitten dan ook niet met een natte kont op een barkruk om drie uur in de nacht.
Schitterend beschreven. Dit is Merel op haar best!
Maar omdat ik altijd iets te zeuren moet hebben, nog even het volgende. Aanvankelijk struikelde ik over de zin "De donder komt dichterbij en het gaat zo regenen." , omdat die opeens in de tegenwoordige tijd staat. Die kan beter tussen aanhalingstekens staan, vind ik. Het is immers een tekst die de wind uitspreekt en die daarom in een andere tijd staat.
Maar dat is misschien een kwestie van smaak, en bovendien een kleinigheid.
Lenin Strawskim () (URL) - Maandag 27 Juni '05 - 08:59
Puik stukje proza, Merel. Ik moest glimlachen toen je schreef dat je doortrapte. In Vlaanderen wil dat zeggen dat je gek werd. Misschien niet in Nederland? Vertel het mij alsjeblief...
Groetjes,
GDB.