Even weg
Terug voor u er erg in heeft.:-)
“Eenmaal buiten is buiten”, zei de verder vriendelijke steward van de Amsterdam ArenA die verbaasd was dat ik al zo vroeg vertrok. Het was twee uur ’s ochtends en toch was het feest nog maar net begonnen. Zoals het een mega-event betaamt.
Enkele tellen later fietste ik door het niemandsland tussen Zuidoost en het Centrum. Lekker weer, mooie sterrenhemel, wind door mijn haren. Tralala. Niemand te zien. Bijzonder uitgestorven hier eigenlijk. Eindeloos veel asfalt, betonnen bedrijfsgebouwen en braakliggende stukken grond. Verlaten ook. Zelfs geen autoverkeer op dit tijdstip. Donker. Hmm.
Ineens voelde ik me uitermate kwetsbaar. De viaducten, zag ik nu, waren ideale schuilplaatsen voor verkrachters. Langs het fietspad stonden perfect op moordenaars afgestemde struiken. Niemand die me zou horen. Niemand die het zou zien.
En toen, the horror, zag ik de man. Hij zat aan de rand van het fietspad, een meter of honderd verderop. Ik remde af – maar teruggaan was geen optie. Ik kon die ArenA toch niet meer in. Over de autoweg gaan kon vanaf hier ook niet. Help!
Nu had de man ook mij gezien. Tot mijn afgrijzen stond hij daarom op. Hij was groot. Mijn onschuld, herinner ik me, vond ik het ergste. Het besef – toen pas - dat het echt dom is, hier in je eentje te gaan fietsen. Ik zag mijn nabestaanden hun hoofd schudden om zoveel naïviteit. Alsof ik daardoor schuld zou hebben aan mijn eigen verkrachting.
Ik fietste zo ver mogelijk links over het fietspad. Toen stak de man zijn hand uit. Om mij te grijpen. Ik gaf een slinger aan mijn stuur en probeerde de man te trappen.
“Peace man”, zei hij, terwijl hij lachend zijn hand opstak. Hij was zo stoned als een garnaal en zo onschuldig als een spons.
Terwijl ik er angstig vandoor snelde, wierp hij mij een welgemeende handkus na.
Mijn collega: "Heb je een nieuwe rok?"
Ik: "Nee, die heb ik gekocht voor echt maar 2,50 of zo."
DUH?
Vlak voor ons tafeltje kwam de mevrouw tot stilstand. Even ervoor was ze met veel gevoel voor drama op ons terrasje afgestapt. Ze moest hard lachen en boog daarbij naar voren, haar armen in haar schoot geklemd.
"Dat je er nog bént!", riep ze. Whahaha.
Wij keken om.
Achter ons zat aan een tafeltje een andere mevrouw. Vergeleken bij de nieuwe mevrouw was zij een zeer rustig exemplaar dat zich een beetje leek te schamen voor de uitbundigheid van haar vriendin.
De nieuwe mevrouw lachte nog eens hardop, vol ongeloof.
"Zij zit hier al een úúr te wachten", riep ze, vooral naar ons, om haar overacting te verklaren. Ze wees naar haar vriendin die ons vriendelijk toeknikte.
"Ik moest via Rome naar Parijs!" zei ze, terwijl ze zich tussen de tafeltjes door wurmde.
Wij vroegen ons af of dit een bestaande uitdrukking was, die wij vanwege onze leeftijd niet kenden.
En wezen haar erop dat zij nu in Amsterdam was en niet in Parijs.

Hoogtepunt tijdens De Poema's was het vertrek van het joekelgrote cruiseship.
En maar zwaaien allemaal.

De hemel barstte open op het moment dat ik de fiets op stapte. Het was fijn dat de kleffe warmte doorbroken zou worden door een verkoelende bui. Mijn probleem was alleen dat ik naar BNR Nieuwsradio moest om daar (voor het eerst en dat terwijl het nog een maand duurt voor het in de winkel ligt!) te vertellen over mijn boek.
De eerste tien minuten fietsen ging het wel. Kleine druppeltjes. Daarna begon het. De regen kwam in zo'n grote hoeveelheid naar beneden en de wind rukte zodanig aan mijn fiets dat ik me onder een afkapping verstopte. Ik belde naar het radiostation, of ik iets later mocht komen. Dat mocht, maximaal tien minuten. Dergelijke buien duren maar even, deze is zo voorbij, dacht ik.
Tien minuten lang keek ik naar de regen. Door de harde wind was ik ondanks mijn schuilplek al behoorlijk nat geworden. Mijn dunne, lichte rok begon door te schijnen. Ik wilde dat ik die ochtend niet juist dit ondergoed had aangedaan. Gelukkig was het radio en geen tv. De auto's reden langzaam, met uitzondering van een vrachtwagen die een enorme hoos lanceerde en een fietser onder een ander afdakje geheel doorweekte.
Hoewel de regen nog immer doorkletterde, moest ik nu toch echt naar de studio. Ik haalde een diepe teug adem en reed over de stoep verder. Het fietspad was door de regen onbegaanbaar geworden, met plassen van zo'n 30 centimeter diep. De trams stonden stil.
Door- en doornat en met een geheel doorschijnende rok aan kwam ik bij de studio aan. Toen bleek dat ik ook nog eens door het restaurant heen moest lopen, om de tafel waaraan het interview werd gehouden te bereiken. Ik wenste mijzelf onzichtbaar, maar de vele blikken mijn kant op maakten duidelijk dat mijn wens niet werd gehonoreerd.
Het interview was leuk (het meest gepodcaste programma van Nederland).
Maar shockerend nieuws in de uitzending was dat Bits of Freedom ermee stopt.
Dat is foute boel - ik vroeg Maurice Wessling of we daar niet iets mee moesten doen, reanimeren of geld inzamelen, maar het besluit staat geloof ik vast. Zeer spijtig.
's Avonds zag ik Dennis Bergkamp.
Wat een held.
Mijn Canon 300D was (dus) kapot en ik weende. Soms ben ik namelijk net een prinses en die wenen nou eenmaal.
De verhalen die ik al googlend aantrof, stemden mij niet positief. De reparatie zou onbetaalbaar zijn en als het nog binnen de garantie viel, zou ik meteen een nieuw toestel krijgen omdat de Error99 zo ongeveer het ergste was wat je kon krijgen. Mijn toestel was tweedehands en al eeuwen niet meer binnen de garantie. Ik vloekte op Canon en vroeg me af waarom die lui niet in staat zijn een peperduur ding te produceren dat het gewoon jarenlang blijft doen. Technische vooruitgang betekent vaak kortere levensduur.
Toen de man van de fotozaak me ook nog aankeek alsof mijn laatste uur had geslagen en me vertelde dat het weken en weken ging duren voor ik mijn toestel eventueel terug zou krijgen, wist ik wel zeker dat het niet meer goed ging komen. In een opwelling kocht ik de week erop een digitaal camera'tje, zeer handzaam, best prijzig, een Ixus 55 (blijkbaar nog niet boos genoeg op Canon).
In de weken dat de 300D bij de fabriek lag, begon ik de camera steeds meer te missen. Inmiddels wist ik al zeker dat ik zou gaan sparen voor een nieuwe digitale spiegelreflex omdat het blijkbaar echt een ding was waar ik niet zonder wilde. In stilte nam ik afscheid zodat het telefoontje van de fotozaak niet te zwaar zou vallen. Mijn Ixus haalde het niet bij mijn spiegelreflex - het resultaat van die foto's was in kwalitatief opzicht bijzonder teleurstellend. Logisch, maar ook niet fijn.
Toen belde de vrolijke meneer van de fotozaak.
"Hij is gemaakt hoor!", riep hij, het positieve van het nieuws duidelijk inziend.
De reparatie: "replacement aperture/shutter/optical units"
De kosten: nog geen honderd euro.
Me so happy.

Zo ligt Ronja de hele dag te liggen. Soms zegt ze mieuw.
Het is wel een beetje zielig voor Maus dat Ronja al twee keer op de foto staat en zij nul keer, maar dat komt omdat Maus is weggekropen in een kast en daar wacht tot het minder warm is. Bijvoorbeeld 's nachts. Dan leeft ze op, tot mijn verdriet, en komt ze de hele tijd vragen of we eindelijk zullen spelen.

Dat je ijsjes kon kopen bij de Praxis wist ik niet. Maar het gevoel van het jongetje herkende ik wel.
Met twee Magnums en een Sinas Split stond hij te wachten tot hij aan de beurt was om af te rekenen.
Hij moest nog twee mensen wachten.
Maar hij zei niets. Hij wachtte lijdzaam af.
Ik zei hem dat hij voor moest dringen, voordat zijn ijsjes zouden smelten.
Hij schudde snel en verlegen zijn hoofd. Ik zag hem wensen dat ik het niet gezegd had.
Ik zei hem dat niemand het erg zou vinden als hij voor zou gaan.
Het jongetje schudde nogmaals zijn hoofd en bleef geduldig wachten.
Hij had nog een lange weg te gaan.
Mijn stofzuiger zit verstopt. Na enkele testjes weet ik nu waar de verstopping zit. Alleen nu nog het ding dat erin vastzit eruit krijgen. En wat zou het zijn dat mijn huis nu al een tijdje laat verstoffen?
Met een USB-kabel (moderne huisvrouw) heb ik in de slang staan poeren.
Met als enige resultaat dat alleen dit dingetje eruit viel.
Het was niet moeilijk om te bedenken wat er in mijn stofzuigerslang vastzit.

"Wow! Zo'n mooi trommelvlies heb ik in geen tijden meer gezien!"
Ik bloosde.
Zo vaak gebeurt het niet dat ik van een arts zo'n compliment krijg. Weliswaar een KNO-arts, geen ingewikkelde chirurg. Volgens mij staan KNO-artsen onderaan de ladder der artsenstoerheidhiërarchie. Maar deze KNO-deskundige was dan misschien niet zo stoer, hij was wel heel gezellig en zijn co-assistent ook.
Die was boomlang en blozend. Zeker toen ik allemaal grapjes had gemaakt.
Even ervoor had ik door de lange gang van het ziekenhuis gelopen.
Ik was niet zenuwachtig, ik had alleen heel veel pijn en hoopte dat de KNO-arts licht in de duisternis zou kunnen scheppen. (Dat deed hij, door zijn lampje in mijn duistere oorgat te stoppen en het aan te zetten, maar met een remedie kwam hij niet).
Ik werd in die lange gang bevangen door een ziekenhuisgevoel, en niet zomaar eentje.
Een Swaan-ziekenhuisgevoel.
Een jaar geleden liep ik door dezelfde gang. Om mijn lieve vriendinnetje Swaan op te zoeken die aan het herstellen was van haar borstoperatie. Voor we haar konden zien, moesten we eerst die lange gang door en dan wachten bij de lift. We kletsten maar wat om niet na te hoeven denken. De toekomst was angstaanjagend onzeker.
De toekomst is nog steeds onzeker. Zoals die voor iedereen onzeker is.
Maar met Swaan gaat het goed.
Ze kreeg gisteren de uitslagen van de eerste echte halfjaarlijkse check en de chirurg vond dat alles er mooi uitzag.
Dat is een compliment waar ik zielsgelukkig van word.
------
Nawoord van Swaan:
Beste lezers van merelroze.com,
Ik las dit stukje dat Merel had geschreven en werd opeens heel verdrietig.
Het was een confrontatie met de blijdschap die mijn omgeving ervaart, maar die ik helaas niet goed kan delen. Voor mij is er in het leven een hele grote dikke MAAR bij gekomen. MAAR wat als de kanker terugkomt, MAAR voor mij is niks meer vanzelfsprekend, maar je begrijpt mijn angst niet, maar dat kan ook niet, maar ik ben niet genezen, ik heb het overlééfd, etc. etc. Ik zou zo graag willen dat ik ook zo blij en opgelucht kon zijn als mijn omgeving, maar voor mij is sinds mijn ziekte alles anders, en dat is voor mij een dagelijks, en eenzaam, gevecht. Ik had ernstig de behoefte om dit met jullie te delen, vandaar dit naschrift. Vooropgesteld dat Merel de beste vriendin is die je maar kunt bedenken en dit háár weblog is en blijft. ;-)
Mark, van bijna drie, die niet geloofde dat ik heette naar de vogel waarvan hij vorige week net de naam had leren kennen en me daarom die mevrouw noemde, had een houten kraanwagen.
Met de kraan wierp hij de aanwezige gasten denkbeeldige cadeaus toe.
De een kreeg een boot.
De ander kreeg een baby.
Toen was ik aan de beurt.
Ik had al een aantal minuten de tijd gehad om na te denken over wat ik graag wilde hebben. Een nieuwe lens voor mijn camera was wel een fijn ding. Of een SMEG-fornuis. Of iets minder materieels, dat wilde ik ook wel. Zoals blijvend goede gezondheid, of een staat van intens geluk.
Ik zag Mark denken, toen hij de kraan van de kraanwagen mijn kant op richtte.
Wooosh, daar ging mijn cadeautje door de lucht.
Alle ogen waren op mij gericht.
Ik was benieuwd wat ik ging krijgen.
"Een autowasstraat!!", riep Mark.
En hij wist zeker dat ik er blij mee zou zijn.
Webloggen is om diverse redenen heel leuk.
Maar vooral als je een enveloppe krijgt vol met geweldige dvd's, zelfs meer dan waar je om durfde te vragen, in ruil voor alleen maar je (wel dierbare) videoband van Die Siebtelbauern, omdat iemand, een compleet onbekende, daarnaar vroeg, omdat die toevallig je stukje over de film had gelezen en jij dacht: waarom ook niet, ik stuur hem gewoon naar haar op, en zij daardoor, weer vertrouwen in de mensheid en liefhebster van films, net als jij, dacht: dan stuur ik gewoon werkelijk waar maar gewoon een hele bulk terug. En dat je er dan een briefje bij krijgt met verontschuldigingen dat er misschien te weinig postzegels op zitten en dat ook de postbode een oogje heeft dichtgeknepen en niet heeft gezien dat het voor een deel guldenpostzegels zijn.

Wat zou er omgegaan zijn in het hoofd van de held van .fr?
Zijn laatste wedstrijd, zijn moment. Ik ben voor Frankrijk, had ik voor de wedstrijd gezegd, ten eerste omdat de andere ploeg uit Italianen bestaat, ten tweede omdat ik het Zinedine Zidane gun.
Wat gebeurde er in de minuten voorafgaand aan de stootram? Hoe krijg je iemand op zo'n moment in zijn carrière zo kwaad?
Ik denk overigens dat hij Marco Materazzi zou hebben geslagen, als hij niet even eerder in de wedstrijd danig geblesseerd zou zijn geraakt aan zijn arm. Waarom anders zo'n opzichtige kopstoot?
Het zijn vragen waarop we hopelijk antwoord zullen krijgen, het intrigeert me mateloos. Waarschijnlijk zelfs meer dan de rest van het WK me in spanning heeft gehouden.
Op naar 2010, als het Nederlands elftal Brazilië in de finale vernedert met een hattrick van Huntelaar.
Drie foto's op deze zondag.
De eerste, een aaah-foto. Het IJ.

Dan dit!
De supervideotheek wordt overspoeld door bezoekers, om 9 uur 's ochtends?

En dan zeer mysterieuze apparaten op het metrostation.
Wat doen deze apparaten? Je kunt er niets in doen, heb ik even gecontroleerd, je kunt nergens op drukken.
Op het display staat: "In- uitchecken"
???

Laten we het woord prudent gebruiken, zei de voorlichter.
Betekent dat 'voorzichtig'?, vroeg JP.
Nee, zei de voorlichter, de Engelsen en Fransen gebruiken dat woord wel voor voorzichtig. En als iedereen in Nederland dat denkt, dan is het ook goed. Maar Van Dale zegt dat het 'bedachtzaam, tactvol' betekent.
Nou, dat klinkt wel goed, zei JP.
Nu maar hopen dat ook iedereen dat woord overneemt, zei de voorlichter.
Het meisje op de fiets voor me at een ijsje.
Toen ze het ijsje op had, gooide ze het stokje weg.
Achteloos naar achteren.
Het stokje kwam terecht op mijn blote bovenbeen, waar het even bleef plakken voor het door de vaart van mijn trappende benen op het wegdek neerkwam.
Het kleurenpalet op mijn been in ogenschouw nemend moet het een Raket zijn geweest.

Zeer goed nieuws, dat Jan Blokker (79, mind you!) naar NRC over is gestapt. Voor mij als lezer dan, voor hem lijkt het me een uitermate naar gevoel om zo aan de kant te worden gezet na zoveel jaren trouwe en briljante dienstverlening. Maar wel fijn voor hem dat er overal zo vol lof over hem wordt geschreven nu.
Ik vraag me af of de Volkskrant nog blij is met haar weblogs als gebruikers met het logo van de krant er boven zulke dingen schrijven.
Nu ja, net goed.
Helaas is mijn krant niet bezorgd.
Het gaat wel vaker mis op zaterdag.
Ik kan het de krantenverkoper ook niet kwalijk nemen, met zo'n raar NRC Next Plus abonnement.
Maar vervelend is het wel.
(Linkje van het volkskrantlog via Esc, al sinds de millenniumwisseling weblogger on the move, en nimmer tanend in kwaliteit)
Op de fiets naar de Amsterdam ArenA toe, een stuk niemandsland waar geen andere fietser te zien was, werden we door langskomende, toeterende auto's en bussen vol witte mensen toegewoven.
Met z'n tweeën in het wit gekleed op weg naar het zuidoosten: we waren nu al herkenbaar als bezoekers van het megafestijn.
Ik worstelde met mijn gevoel. Ik wilde helemaal niet sowieso bij die andere mensen horen! Tegelijkertijd zagen de langskomende bezoekers er heel vriendelijk uit en kreeg ik van hun plezier een vreemde kick.
De aanblik op een stadion vol wit geklede mensen was indrukwekkend.
De medewerkers van de ArenA en de beveiliging waren goedgemutst en bijzonder behulpzaam.
De mensen die op mijn tenen gingen staan ook. Er werd veel sorry gezegd bij te close contact, mensen glimlachten in het voorbijgaan naar elkaar en de enorme mensenmassa voelde allerminst bedreigend.
Toen ik mij eenmaal had overgegeven aan het concept stond ik te midden van allemaal wittelingen fijner te dansen dan in lange tijd.
Ik had verwacht tussen 35.000 hippe, extravagante tieners te staan, maar ik was vergeten dat we er zoveel helemaal niet in Nederland hebben.
Moeder en vader stonden naast Henk uit de provincie, die voor de gelegenheid witte gel in zijn stekeltjes had gedaan.
Al bij de eerste tonen gingen alle armen omhoog.
Hier hadden ze naar uit gekeken.
Hier hadden ze voor gespaard.
Dit was de avond waar het allemaal om draaide.