Hierbij wil ik u namens mijn vriend Michiel Brongers danken voor het stemmen op zijn filmpje over Swaan. Mede dankzij u, oh onbekende lezer, is zijn filmpje doorgedrongen tot de laatste drie genomineerde filmpjes! Hoera galore! De blijdschap in de mail die Michiel mij stuurde, sprak boekdelen.
You have made a good man happy.
Nu komt het er op aan!
Slechts twee dapp're strijders dingen met hem mee naar de felbegeerde hoofdprijs van 2500 euro. Ook zij hebben hun filmpjes met bloed, zweet en tranen gemaakt. Echter!
Michiel moet winnen!
Zijn filmpje is het allerbeste!
En ik zie hem zo graag blij.
Mijn vraag is nog slechts één keer aan u:
Stemt!
De bewoners van mijn straat die toevallig uit het raam keken, zagen vanochtend vroeg een vreemd spektakel. Een meisje stond bij haar fiets wat karatetrappen uit te voeren. Het was niet helemaal duidelijk waar ze het op gemunt had. Vooral haar stuur leek het mikpunt van haar trappen. Soms sprong ze achteruit en bibberde ze.
Na een tijdje trappen zocht ze een tijd naar iets op de grond, een stok misschien. Uiteindelijk raapte ze een groot blad van de stoep op. Met het blad maakte ze wilde gebaren naar haar stuur. De bewoners zagen hoe ze haar mond opendeed om te gillen, en vervolgens vreemde sprongen maakte. Daarna leek het gevaar geweken. Het meisje opende het slot van haar fiets, pakte de fiets uit het rek en reed weg. Op het stuur zat een chaotisch stuurtuintje met een witte bloem.
Het nadeel van een fietstuin in de herfst: grote, harige, dikke, vette kruisspinnen op je stuur.
Mijn angst voor de beesten is de laatste jaren afgenomen, maar ik vrees voor verkeersongelukken als er ineens een achtpotige hallo komt zeggen op een druk kruispunt.
Op de Lange Vie in het provinciehoofdstadje U. raakte de bus ineens vol. Het was zes uur, de winkels gingen dicht, de shoppers keerden huiswaarts. Ik was blij met mijn behaaglijke eenzits bij het raam.
Twee meisjes van een jaar of twintig met tasjes van allerlei modezaken en parfumeriewinkels aan hun armen kwamen tot stilstand naast mij. Ze keken jaloers naar mijn plekje en verzuchtten tegen elkaar dat ze het tamelijk zwaar hadden gehad in die volle winkels. Maar, zo concludeerden ze, ze waren wel geslaagd. Ze giechelden na over een verkoper.
'Druk hè, in de bus', zeiden ze tegen elkaar. 'Konden we maar zitten.'
Bij de volgende halte stapten een zwangere vrouw en haar moeder in, met een grote kinderwagen. Na wat duwen kon de kinderwagen tussen de staande mensen in staan, tegen de billen van één van de meisjes geklemd.
'Wil je misschien zitten?', vroeg ik aan de zwangere vrouw.
Beleefd opgevoed ben ik wel in handelend perspectief, maar ik blijf slecht in u-zeggen.
De zwangere vrouw bedankte, het ging wel, zei ze. Haar moeder leek me echter verlangend aan te kijken, dus ik vroeg ook aan haar of ze wilde zitten.
Nee hoor, zei ook de moeder, dat hoeft niet, ik sta best.
'Maar ik wil wel zitten!', zei een van de meisjes enthousiast.
Ze keek me daarbij opgelucht aan, eindelijk iemand die haar het leven makkelijker zou maken.
Maar doei!, dacht ik, het meisje was nog maar twintig en de enige last die ze had, was het grote aantal luxe tasjes aan haar armen.
Het meisje had me echter wel in een lastig parket gebracht. Want wat moest ik antwoorden?
De ogen van het meisje bleven aanmoedigend op mij gericht. Ze verschoof al een beetje, omdat ze dacht dat ik echt voor haar zou gaan opstaan. Moest ik nou een preek gaan houden? Dat ik niet voor haar op zou gaan staan? Ik had geen zin in discussie.
'Hahaha', zei ik toen.
De blik waarmee ze me toen aankeek.
Oi oi oi.
De bruid op de stoep was een jaar of vijftig. Ze zag er prachtig uit, maar ze keek verdomd chagrijnig.
Misschien kwam het door het tijdstip (08.30 uur). Dat ze nog wakker moest worden. Misschien had ze toch spijt van de keuze gratis te trouwen, om 09.00 uur,maandagochtend ook nog, en wist ze nu pas hoe onromantisch dat was. Misschien dacht ze terug aan haar eerste huwelijk. Over de mislukking die dat uiteindelijk was geworden, aan de kinderen die ze nu niet meer zag. Misschien vroeg ze zich af waar haar bruidegom bleef. Waar de gasten of de getuigen waren. Misschien had ze zonneschijn verwacht in plaats van deze mistige treurigheid. Misschien was ze wel nooit een vrolijk mens geweest en was het een wonder dat iemand haar ten huwelijk had gevraagd. Misschien vond ze dat ze er eenzaam bij stond, zo in haar uppie voor het stadsdeelkantoor. Daarin zou niemand haar ongelijk geven. Misschien vond ze het stadsdeelkantoor net zo lelijk als de naam al deed vermoeden. Of misschien was ze eigenlijk heel erg ziek, met buikkrampen, maar moest ze vandaag toch. De bruidegom was nergens in het vizier. Misschien twijfelde ze over haar toekomstige echtgenoot.
Maar misschien trof ik haar in het voorbijgaan op haar enige slechte moment van de dag en veranderde haar gezicht na mijn blik in een gelukzalig stralen.
(bron: nrc.next, vrijdag 22 september 2006)
Die laatste zin. Ik vond hem gek. Maar misschien ligt het aan mij.
"Geweldig! Het staat je geweldig!", riep de zeer enthousiaste styliste. Ik had mijzelf net in een jurk weten te wurmen die aan mijn lichaam kleefde als een schubbig zeemeerminnenpak. En ik zeg wel ‘weten te wurmen’ maar in de werkelijkheid was het niet helemaal gelukt – de rits ging van achteren niet dicht.
"Dat maakt niet uit, dat zie je toch niet op de foto!", riep de styliste blij. "Deze jurk doet écht wat voor je!"
Die uitspraak zou ik onthouden voor als ik met vriendinnen in een kledingwinkel zou staan. Omdat de sfeer in de fotostudio zo goed was, besloot ik mij neer te leggen bij haar professionele oordeel.
Ik bevond me in de studio omdat ik samen met twee andere schrijfsters op de foto voor een glossy mocht. Een glossy! De visagiste (dat is iemand anders dan de styliste) zei ook al: "Schrijvers mogen tegenwoordig duidelijk ook in de spotlight, vroeger was dat niet zo." Zij zag dat als iets positiefs, maar ik was er nog niet zo zeker van.
Een van de andere twee schrijfsters had duidelijk wel eerder met dit bijltje gehakt. Zij stond in al haar modelheid naast mij te stralen en mooi en lang en onweerstaanbaar te wezen. Ze gaf mij aardig bedoelde tips over wat ik niet moest doen, waardoor ik me alleen maar een nog grotere amateur voelde.
Halverwege de fotoshoot wilde ik even mijn hooggehakte schoenen uitdoen omdat ik pijn had. Mijn collega-schrijfster c.q. model liep op hakken die nog veel hoger waren dan de mijne (allebei ontzettend design en wanna-have) en dartelde rond alsof ze comfortabele sportschoenen aan had. Intussen durfde ik niet te gaan zitten omdat ik bang was dat ik uit mijn peperdure jurk zou scheuren. Dat was een realistische angst.
Even later bekeken we de foto’s op de computer. Je zag er inderdaad niets van, dat mijn jurk van achteren niet dicht kon. ‘Dat fotoshoppen we even weg’, zei de fotograaf over het fluorescerend witte stuk huid bij mijn oksel. Ik heb de ijdele hoop dat ze wat andere dingen ook meteen even meenemen in hun edit-proces.
Op de avond van de boekpresentatie kreeg ik een cadeautje van A. We hadden de uitgeverij al verlaten en waren beland in een café in de buurt. Ik nam het cadeautje in ontvangst en zei dat ik het later uit zou pakken (er moest gegeten en gezeten). Dus legde ik het cadeautje bij mijn spullen. Het was een mooi pakje, subtiel en met leuk inpakpapier, herinner ik me.
Een aantal uren en wat drankjes en feestgevoel later verliet ik de kroeg. Traliela, fietserdefiets. Jippieyeah.
(...)
De ochtend erna werd ik wakker en bedacht ik mij met schrik dat ik het cadeautje van A. in de kroeg had laten liggen. Fuck! Ik belde de kroeg, de barvrouw zocht intensief, maar ze vond niets. Ik ging er die middag langs, zocht onder de bank en tussen de muur en de lambrizering. Geen cadeau. Ik belde K. Die zei:
"A. kennende, zal het wel een erg mooi cadeau geweest zijn."
Shit! En wat te doen?
Er tegenover A. nooit meer over beginnen? Of A. het vertellen en misschien horen dat het een speciaal cadeau was? Ik was in twijfel.
Gisteren zag ik A. weer voor het eerst sindsdien.
Blijkbaar had ik een keuze gemaakt want ik liep naar haar toe en stortte al mijn schuldgevoel over haar uit. Sorrysorrysorry.
Ze keek me aan met een blik die ik niet goed kon peilen. Maar al te best was het niet. Het kon verdriet zijn. Desillusie. Twijfel.
"Het was vast iets heel moois hè?", vroeg mijn broer gretig aan A. "Iets van vroeger, een ketting van onze moeder ofzo hè?"
A. keek nog steeds onpeilbaar.
Hoewel ik haar blik nu vooral richting verbazing vond gaan.
"Ik had helemaal geen cadeautje bij me!", riep ze toen uit.
Ik hoorde zelfs iets van schuldgevoel in haar woorden terug.
Op de terugweg net, van VPRO's De Avonden (dat was leuk, nu ook online), nam een man plaats tegenover mij.
Hij was een jaar of zestig en friemelde aan zijn mobiele telefoon.
Ha, zo'n ouwe knar-digibeet die een sms probeert te versturen, dacht ik, toen nog vertederd.
Maar door de geluidjes begreep ik na een tijdje dat de middelbare man een spelletje op zijn telefoon aan het spelen was.
Vol verbazing sloeg ik de snelle bewegingen van zijn duimen en zijn hevig geconcentreerde blik gade.
Een man! Van zestig!
In de trein!
Aan een telefoonspelletje!
Hij was Aziaat, dat compenseerde de boel een beetje.
Een nadeel van digitale fotografie is het verdwijnen van de spanning over je vakantiefoto's. Zijn ze leuk geworden? Sta je er net zo goed op als je je voelde? Het wegbrengen van het rolletje, hopen dat de fotozaak hem niet kwijtraakt, het wachten tot de foto's klaar zijn.
Een vriendin van mijn ouders kwam er laatst bij thuiskomst achter dat het filmpje er niet goed in had gezeten. Ouderwetse teleurstelling!
Bij het uploaden van de foto's naar mijn computer kwam ik, toen ik terugkwam van vakantie, geen verrassing tegen. Maar omdat vriendin S. nou 'eindelijk wel eens een keertje die vakantiefoto's wilde', anderhalve maand later, liep ik ze net nog eens door. Wat een leuke dingen hebben we gedaan! Haha.
Ik wilde Cockie intoetsen in mijn T9-woordenboek.
Als je Cock intoetst, krijg je eerst Anal.
Jaha.
Het woord poezen verandert hij hardnekkig in poëzen.
Sinds kort zeg ik nu, net als bij het woord ongerudje, dat ik twee poëzen heb.
Heel zorgvuldig merk ik de ongelezen berichten in mijn mailbox altijd als 'ongelezen'. Ook al heb ik ze gelezen, maar 'moet' ik er nog wat mee, later. Mijn inbox liet de laatste tijd zoiets zien als het plaatje aangeeft. Heel overzichtelijk.
Zojuist deed ik in plaats van Control+Q (markeer als gelezen) Control+A en daarna van de weeromstuit alsnog Control+Q.
Nu zegt ie ongelezen nul. Hele systeem in elkaar gestort door de A.
Als u niets hoort en u verlangt een antwoord, dan hoeft het er niet aan te liggen dat ik u stom vind.
Het kan natuurlijk wel.
Note to self:
Jasloos gevoel komende negen maanden onthouden.
"We hebben kunst om niet aan de waarheid te sterven", zei Friedrich Nietzsche ooit. Sommige mensen schrijven, anderen filmen. Toen Swaan ziek was, besloot haar vriend Michiel de antwoordapparaatberichten die werden ingesproken, te bewaren. Hij maakte vervolgens een prachtig filmpje waarbij geluid en beeld even veel indruk maken. Het geeft een ingetogen en ook hoopvolle observatie van een roerige periode.
Het filmpje is in de categorie documentaire genomineerd voor het Nederlands Filmfestival. Iedereen kan het filmpje nu online bekijken. Doe dat vooral, het duurt 7 minuten en is echt zeer de moeite waard (en het is niet eng, er komt geen chemo of bloed in voor).
Een ander groot voordeel is, dat mensen op het filmpje kunnen stemmen.
Om het filmpje te bekijken: klik hier.
Om te stemmen op het filmpje (ik smeek niet graag, maar dat zou heel heel fijn zijn): klik hier.
Voor de deur van de sportschool (note to self: niet te snel juichen, ik haalde er informatie) werd ik aangesproken door een man met een groot blik bier in zijn hand.
"Hee, rook je niet meer?", vroeg hij.
Ik vroeg me af of hij dacht dat we elkaar kenden. En of, als ik zou roken, hij het stoppen in één oogopslag zou kunnen zien.
De man wachtte op een antwoord. In zijn wachtstand nam hij een slok van zijn bier.
Het was lunchtijd. Voor het eerst scheen de zon weer.
"Ik rook niet", zei ik. (Ik sport, dacht ik erachteraan, de posters op mijn lagere school citerend, maar dat was nog niet waar, ik haalde alleen informatie)
"Ben je gestopt?", vroeg hij.
Wilde hij een sigaret van me?
"Ik heb geen sigaretten", zei ik. "Sorry." Waarom sorry?
Omdat hij door mijn antwoord zijn hoofd begon te schudden, wankelde hij een beetje.
"Heb je nooit gerookt?", vroeg hij ongelovig.
"Inderdaad", zei ik, "ik heb nooit gerookt."
Altijd moeilijk, ontkennende vragen.
De man begon heel hard te lachen.
"Het is ongelooflijk", zei hij, "ik doe een onderzoek naar waarom mensen in godsnaam willen sporten, en jij hebt niet eens gerookt!"
Enterenjebenter.
In mij schuilt een rijmend quotemonster.
Twee weken geleden stond in mijn stukje voor NRC Handelsblad een major dikke fout. Ik had deze site laten uitrekenen hoeveel dagen oud ik was. Hierbij mijn reactie gisteren in de krant, die ik hier vooral laat zien, om dit mooie plaatje te tonen.
---
Dertig jaar en een beetje, maal 365, dat moesten zo ongeveer 11.000 dagen zijn. Want drie maal drie is negen, plus een beetje meer van allebei en dan maal duizend. Zo reken ik, dat gaat vrij goed. Maar hoewel ik in wiskunde voor een alfa niet slecht ben, vertrouw ik mijn hoofdrekenen niet altijd.
Wat doet een vrouw van mijn leeftijd op het moment dat ze iets niet zeker weet? Ff googlen! Typerdetyp, daar ging ik, binnen één query en vijf seconden had ik gevonden wat ik zocht. Een website die precies voor mij uitrekende hoeveel dagen ik al leef. Bingo!
In maart van dit jaar werd ik gebeld door een televisieprogramma of ik in hun show wilde optreden. Verbaasd vroeg ik waarom. Bleek dat ze Merel van Idols moesten hebben. ‘Ja maar, al googlend kwam ik meteen bij jou uit’, zei het meisje verontschuldigend toen ik moest lachen. Vorige maand nog kreeg Hagar Peeters terecht een schadevergoeding omdat een van haar gedichten zonder bronvermelding en met willekeurige aanpassingen door het tijdschrift Happinez gegoogled en overgenomen was.
Mijn gegooglede website gaf een resultaat dat niet leek op mijn eigen totaal: 682.695 dagen, stond er. Toch kwam de gedachte dat de computer het fout had niet eens in me op. Ik copypastte. Een dag later stond het in deze krant.
Een plezierige verrassing was de correspondentie die door de fout op gang kwam. De meeste reacties waren geestig en bijzonder vriendelijk. Van stempelkunstenaar E.d.M. kreeg ik zelfs een sexy kunstwerk cadeau dat ik hier graag zou hebben getoond als dit een weblog was geweest. Uiteindelijk bleek dat ik 75 had moeten invullen, in plaats van 1975.
Maar veel erger, mensen, dan dat domme getal, was de missende d! Niet één mailtje kreeg ik over de enorme spelfout die in het stukje stond, die ik met het schaamrood op mijn kaken zelf meteen ontdekte na het versturen, die ik uit alle macht nog getracht heb tegen te houden. Dat dat niet gelukt is, dat is pas erg! Dubbele punt, liggend streepje, haakje sluiten. Ja, je bent een alfa of je bent het niet.
---
Inmiddels ben ik erachter dat het nóg dommer is. De site doet het met '1975' namelijk wel goed in IE, maar ik gebruik Firefox.
Ik heb in mijn haast het minteken voor het getal over het hoofd gezien.
Waar een browser al niet toe kan leiden.
Helsinki, here we come!
Jawel, we hebben een reis geboekt naar de Finse hoofdstad. Nu is dat tamelijk op intuïtie gedaan en aangezien we bijna niets van de stad weten, richten wij onze hoop op u.
Om te beginnen bij een hotel. Surfend komen we vooral van die grote hotelketens tegen (348 bedden), maar Helsinki moet ook leuke, kleinere hotels hebben die het wereldwijde web nog niet hebben gehaald.
Overigens kreeg ik deze melding bij het boeken van de vlucht:
"Zorg ervoor dat U de geslachten van de passagiers juist invult!"
Ik heb even gecheckt, maar mijn reisgezelschap heeft er ook maar één.
Scary. Dit kiekje trof ik aan op mijn camera. Genomen om 03.49 uur vanochtend.
Euh!
De hele verdieping van de V&D stond er vol mee. Middelbare scholieren. Ik hou niet van de V&D. Maar ik moest speciale enveloppen kopen en overal waren ze uitverkocht.
Kauwgomkauwende pubers met mandjes vol pennen, schriften, mappen en stickers stonden verspreid over de schoolcampus naar elkaar te roepen, dingen uit te proberen en te giechelen. Soms kwam er een normaal mens tussendoor die naar de uitgang wilde, maar de rollen kaftpapier in de mandjes blokkeerden de doorgang.
Er stonden net zoveel middelbare scholieren in de rij als er van de rij naar iets in de winkel dribbelden en weer terug. Een mierenhoop in opperste werking. Het was niet duidelijk waar de rij begon en waar hij ophield. Ik koos ervoor achter een meisje met een roze bomberjack te gaan staan. Zij hoorde bij degene voor haar in de rij, een meisje met een groen bomberjack, dat weer hoorde bij het meisje voor haar in de rij (jasloos) dat weer hoorde bij het meisje in de rij dat vooraan stond.
Dit kon nog lang gaan duren.
"Waaaaat?", riep het voorste meisje in de rij.
Ze had een briefje van twintig in haar hand.
De caissière keek haar meedogenloos aan.
Op de teller stond 41 euro.
Het meisje draaide zich woest om naar haar vriendinnen.
Op haar teken lieten ze allemaal hun mandjes staan en liepen ze direct door naar buiten.
Ik deed een paar passen naar voren, stapte over de mandjes heen, en overhandigde mijn enveloppen triomfantelijk aan de caissière.
|
|