Woensdag 02 Mei '07: Het kan dus toch in Almere, plus een PS
Op zo'n zonnige dag als deze, nog flink veel Frankrijk in mijn hoofd
en een mooi interview achter de rug, ziet Almere eruit zoals de
planologen het waarschijnlijk voor ogen hadden. De schittering van de
zon op het uitgestrekte Weerwater midden in de stad, de bomen aan de
straatjes in bloei, de bootjes kalm dobberend in de moderne grachtjes.
De enorme rust, die ik in Almere soms zo beklemmend vind, is op een dag
als deze opvallend aangenaam. Kinderen die op straat spelen, nauwelijks
auto's, een paar skaters die voorbijkomen, de herinnering aan de
nieuwbouwwijk waar ik opgroeide... je gaat er bijna naar verlangen.
PS. In de metro in Amsterdam stond een boomlange jongen met een
huidskleur zo zwart als het haar van Sneeuwwitje. Hij had een mond vol
goud, dreads tot aan zijn billen en een donkere zonnebril die zijn ogen
bedekte. Hij was breed en voor niemand in het metrostel over het hoofd
te zien. Angstaanjagend als Patrick Kluivert, charismatisch als Michael
Franti. Alle aanwezige vrouwen namen de grote man met veel interesse in
zich op; op zijn buik droeg hij in prachtig contrast vol trots een
piepklein slapend baby'tje.
Reacties:
Merel,
Ik ben altijd zo blij als ik merk dat mensen nog kunnen kijken en het mooie zien tussen al het lelijke, het kleine tussen het grote en zachte tussen al het harde. Jij kan het daarnaast ook nog eens goed verwoorden. Mooi...
Zo vind ik mijn broer (2.05 m, enorme kolenschoppen)ook een plaatje met zijn pasgeboren zoon (krap 4 kilo) ;)Het is precies die tegenstelling die zo mooi is.
Ik zag precies dezelfde man, maar dan zonder baby'tje -het is al een tijdje geleden dus het baby'tje bestond vast nog niet- in dezelfde metro. Naast hem stond een witte junk (voor de kenners: die ene met de vervilte mat en het verlepte handje die heen en weer reist tussen wibautstraat en holendrecht). De junk probeerde zijn heroine pijpje aan de praat te krijgen. Niemand zei wat en iedereen keek de andere kant uit. Toen stootte de enorme rastaman hem aan en zei: 'hee dat doe je toch niet man'. Met een dik rasta-accent natuurlijk. Het heroinepijpje viel op de grond, de junk dook erachteraan en probeerde te redden wat er te redden viel. Heel zielig. Maar ook grappig toch ergens... of is dat sadistisch van mij?
Dit was zomaar even een metroanekdotetje. Nu zit ik alleen nog maar in de auto of soms op de fiets in een land zonder mooie rastamannen. Maar de palmbomen maken veel goed. Doewie!