Salmon
Tijdens mijn hele mondeling Engels, nu toch alweer zo'n vijftien jaar geleden, sprak ik het woord zalm uit als sal-mon. Het kwetste mijn ijverige aard dat de lerares pas nadat ze mij mijn cijfer had gegeven, vriendelijk zei dat je het woord uitsprak als iets wat klonk als semmon.
Ik had salmon minstens 10x (The Old Man and the Sea) verkeerd uitgesproken.
Deze minuscule terechtwijzing tart me nog steeds. Mij zal je nooit meer sal-mon horen zeggen.
De waanzin van de achtervolging bleek zojuist pas echt.
Ik sprak de naam van de verketterde schrijver uit als Semmon Rushdie.
Zeven jaar
Eigenlijk had ik een foto willen plaatsen van twee zeven.
Zeven, als meervoud van zeef, zo van: "Ik 8te de kans dat hier 2 7 zouden staan om mijn 7 jaar te 4en groot".
Maar wat bleek.
Ik had geen twee zeven om te fotograferen.
Sterker nog, ik had niet eens één zeef.
Dat stelde me een beetje teleur.
32 en nog geen complete keuken.
Geen twee zeven dus, en ook niet van plan er eentje te kopen. Wel zeven blijde schaduwvingers om de verjaardag van mijn log mee te vieren.

Ik hoop eigenlijk voor u dat u dit stukje pas op maandagochtend leest, uw hoofd nog wat suf van de borrel van gisteren, die onverwacht lang duurde omdat het zo gezellig was, en per slot van rekening zondag, en het weer zo lenteachtig, en uw vrienden zo vrolijk, en het leven zo goed, en de portemonnee genoeg gevuld, zoals ook de glazen.
Zeven vette jaren zijn voorbij.
Cockie - vier dagen eerder begonnen dan ik - neemt het voorbij helaas (!) veel te letterlijk.
De seven year itch is hier nog even afwezig.
Zelfmoordfilm
De SGP wil popmuziek
verbieden. Lijkt me een goed idee en een zeer haalbaar plan. Bovendien vind ik het sterk dat ze zich meteen al bij het begin van het kwaad roeren en geen afwachtende positie innemen.
Maar waarom richten ze zich niet op de bioscoopfilm van Dunya en Desie?
Die zet aan tot zelfmoord, zie het krantenbericht hieronder, en tienermeisjes zijn al zo vatbaar.

Borden

Een tijdje geleden maakte ik deze foto. Ik liet hem onlangs zien aan een Amerikaan omdat we het hadden over de hoeveelheid (soms hilarische) borden in New York. De Amerikaan dacht dat dit bord betekende: "Pas op, heel veel tractors hier."
Niet onlogisch.
In New York viel het ons al op dat de borden over het algemeen veel simpeler waren dan in Nederland. Weliswaar niet altijd voor analfabeten, maar de borden spreken er duidelijke taal. Meestal krijg je ook meteen even mee wat de boete is die je opgelegd krijgt als je het verbod overtreedt.
Omdat ik heel erg veel van het fotograferen van borden hou (een opmerkelijke, unstoppable fetisj), heb ik een verzameling NYC-borden gemaakt.

(deze Amerikaanse is dan weer heel onduidelijk, temeer daar hij op een elektriciteitsmast hing)
Mijn nieuwe vriend
Ik besloot samen met andere gekken de vrije, zonnige zondagmiddag in een donkere kroeg door te brengen. Mijn ogen moesten na de fietstocht door de felle zon nogal wennen aan het diepe duister. Maar na enkele stoelen omver te hebben gestoten en een aantal fikse blauwe plekken op mijn knieën te hebben gecreëerd, vond ik een mooie zitplaats met perfect uitzicht op het grote scherm. Ik raakte direct bevriend met degene naast me, zoals dat bij voetbalwedstrijden gaat.
"Het is best wel moeilijk. PSV moet verliezen", zei hij.
"Ja, daar moeten we maar op hopen", zei ik.
"Ik vind dat we heel erg aan Vitesse moeten denken", zei hij.
"Ja, dat moeten we doen."
Hij keek heel ernstig, alsof hij heel erg aan Vitesse dacht.
"Als PSV vijf keer rood krijgt, hebben ze ook verloren", zei hij, alsof het een realistisch alternatief was.
"Die regel ken ik niet", zei ik.
"Ik weet zeker dat het zo is", zei hij.
"Goede regel", zei ik.
"Wie is je favoriete Ajacied?", vroeg ik.
Hij wachtte even voor hij met zijn antwoord kwam.
"Eigenlijk Mitea", zei hij. "Maar die mag nooit echt meedoen."
Mitea in dit seizoen als je favoriete speler hebben, is zoiets als supporter zijn van Heracles Almelo. Een onvoorwaardelijke liefde moet eraan ten grondslag liggen.
Het zwak voor mijn nieuwe vriend verdubbelde op slag.
"Hoe oud ben je?", vroeg ik.
"Zeven", zei hij. "Maar ik ben bijna acht."
"Ik vind Adrie Koster best wel goed", zei hij, terwijl de spelers het veld op kwamen. "Maar volgend seizoen komt Marco van Basten."
Hij sprak de naam uit op een bewonderende en hoopvolle toon, alsof hij zich nog helemaal herinnerde hoe Van Basten de omhaal tegen FC Den Bosch maakte.
Dat gebeurde 15 jaar voordat mijn nieuwe vriend geboren zou worden. In heel andere eeuw, bovendien, dan waarin hij ooit had geleefd. Blijkbaar heeft Van Basten toch ook de sterrenstatus onder de jongste generatie. Ik realiseerde me dat ik, hoewel ik een paar jaar geleden zou hebben staan juichen als Van Basten de nieuwe coach van Ajax was geworden, ik nu nogal koel ben over zijn komst. Ik zei dit niet, omdat de ogen van mijn nieuwe vriend fonkelden van grenzeloos vertrouwen.
De vriendschap duurde twee keer 45 minuten.
"Doei", zei hij.
Hij liep naar zijn vader, die op het terras een biertje zat te drinken.

(Hoera voor Dance4Life, op alle shirtjes en de borden! Mijn nieuwe vriend zei: "Dance ieve? Dat is zeker de nieuwe sponsor, voor volgend seizoen." Daar had ie even ongelijk, maar als freelancer voor Dance4Life was ik mooi onder de indruk dat het zelfs een zevenjarige opviel).
Nederlands
In de Bart Smit stond, naast een zesjarig meisje dat 'ik koop nu dit en de rest van mijn geld bewaar ik tot Turkije' zei, een man bij de kassa.
"Hij heb dat al", zei deze man, die voor zijn zoontje slechts één deel van een tweedelige set kocht.
"Heeft", zei de caissière. Ze schrok er zelf van.
"Heb", zei de man.
"Heeft", zei de caissière. "Ik heb. Jij hebt. Hij heeft."
De man schudde neerbuigend zijn hoofd over zoveel domheid bij het meisje.
"Heb. Hij heb", zei hij. "Dat is goed. Echt. Hij heb dat gedaan. Niet: hij heeft dat gedaan."
Het meisje leek het te geloven.
"Ik was bijna Nederlandse leraar geweest, dus ik kan het weten", zei hij, waarna ze het zeker geloofde.
Ik wilde vragen "Bedoelt u met bijna Nederlandse dan dat u nu een Duitse leraar wiskunde bent?", maar ik hield mijn mond. Gelukkig was iemand anders heldhaftiger. Even later in de Etos zag ik rompertjes met "Jij is lief" erop.
Weer een fijne foutmelding
Hoera, we hebben er
weer een. Dit keer bij de HEMA.

Ik heb natuurlijk no geantwoord (ik maak nooit een fout ja!), maar dat had niet als resultaat dat het geen fout was.
Dubbelklikken
Net voordat we naar de pizzeria gingen, hadden we tientallen vakantiesites over Portugal bekeken en lustig op alle plaatjes en 'lees verder's geklikt.
Leuk hoor, internet, maar wat is er veel.
Je moet eigenlijk een halve week vrij nemen om je vakantie voor te bereiden.
Al duurt het nog maanden voordat deze vakantie begint.
In de pizzeria kregen we het menu van een schoolmeisje dat alleen in het weekend werkte - als ze niet te veel huiswerk had, voegde ze er snel aan toe.
Op het menu stond onderaan de eerste bladzijde met pizza's:
>> meer pizza's >>
Ik kon het niet verhelpen dat mijn wijsvinger richting de tekst ging om er dubbel op te klikken.
Fotos niet van de wond
Diep ontroerd door jullie hartverwarmende reacties (echt!) besluit ik vandaag hier niet de foto te laten zien van de gapende, maar zeer wel herstellende wond.
Zo ben ik dan ook wel weer.
In plaats daarvan twee reflecties (ja, het is een beetje mijn ding van het moment, dat waait wel weer over met een sterke zuidwester).


Ohja, ze zijn 180 graden gedraaid, voor extra special effect.
Tip van meneer
Frank.
Cyste
Ik ben een jonge, gezonde blom in de lente van mijn leven. Desondanks ontstond er een aantal dagen geleden een bult onder mijn huid, terwijl ik mij gans niet gestoten had. Iets onder de huid in mijn zij wilde heel erg graag naar buiten komen. Misschien had het met het mooie weer te maken.
Voor ik ging slapen zei ik tegen de bult dat hij weg moest gaan, want ik had helemaal geen behoefte aan een hobbel in mijn leven.
De bult was behoorlijk ongehoorzaam, want de volgende dag was hij twee keer zo groot geworden. Gedurende de dag schreeuwde de bult pijnlijk hard om aandacht. Ik stak mijn kop in het zand.
De dag erna was de bobbel niet alleen weer twee maal zo groot, de huid eromheen was helemaal rood. Vooral als ik erop duwde was het bijzonder pijnlijk, maar ik kon dat toch niet laten.
Toen ik de ochtend erna wakker werd, had de bobbel bezit genomen van mijn hele flank. Of nou, toch een groot deel ervan. De bobbel zelf was een aantal centimeter groot, maar het rode gebied eromheen had zich sterk uitgebreid.
"Oké, oké", zei ik tegen de bobbel en ik maakte een afspraak met de huisarts.
Vanochtend was het zover.
Natuurlijk had ik alles al gegoogled en was ik er bijna zeker van dat ik doodging een eenvoudige cyste had. Maar ik hield wijzelijk mijn mond. Dat doe ik altijd bij de huisarts, nadat ik ooit las dat dokters het haten als er van die wijsneusjes langskomen die alles hebben opgezocht op internet. Volgens mij zijn ze bang dat binnenkort blijkt dat zij ook maar alles uit hun hoofd hebben geleerd.
"Oh, dat is een zeer pittig ontstoken atheroomcyste", zei de deskundige. Misschien zei hij het woord pittig niet en ook het woord zeer niet, maar ik kon zien dat hij onder de indruk was. Ik wilde al opstaan en weggaan, omdat ik me ineens het zinnetje uit de Wikipedia herinnerde. "In dit stadium is de enige remedie de cyste, door er een snee in te maken, ruim open te leggen en de inhoud te verwijderen." En: "Er kan een abces ontstaan waarin zich naast de dikke witte atheroombrij ook dunne en meestal erg vies ruikende pus bevindt."
Hoe die arts het deed, ik weet het niet, maar even later lag ik VRIJWILLIG met mijn flank ontbloot op zijn bedje.
Ik moest het verhaal van mijn eerste boek vertellen, zei hij, terwijl hij een KEIGROOT mes in mijn flank zette.
"Ik weet even niets meer", piepte ik. Ik dacht dat ik flauw ging vallen. Echt.
"Vertel maar waar het eerste hoofdstuk over gaat", zei hij.
"Alleen maar om mijn aandacht af te leiden zeker!", riep ik uit, terwijl hij de snee maakte.
Ik was even in alles ongelukkig maar blij dat ik niet kon zien wat hij deed.
Hij ging door met snijden in het al ontstoken en opgezwollen gebied.
"Vertel maar verder", zei hij.
"Verder?", riep ik, terwijl hij iets deed dat heel erg verschrikkelijk veel pijn deed. "Ik was nog niet begonnen!"
Hij herhaalde zijn martelende beweging en het deed nog meer pijn.
Daarna liep hij heel even weg om meer gereedschap te halen. Ik dacht weer dat ik van mijn stokje ging want ik had niet ontbeten.
"Ik moet hem nog verder leegmaken, sorry", zei hij toen hij terugkwam en hij duwde met iets keihard in en op en rondom het ontstoken gebied.
Ik gilde.
Er kwam geen 'erg vies ruikende pus' vrij hoor, want ik ben een proper meisje.
Toen ik opstond, was het papieren laken op het bed besmeurd met bloed.
Het hoofdeinde was nat.
Ik denk van het angstzweet, maar het kunnen ook tranen zijn geweest.
Je maakt wat mee, zo in het leven.
Get Records
Het slechtste nieuws dat ik ontving toen ik in New York was, ging over platenzaak Get Records. Mijn platenzaak. De platenzaak van zovelen. Die platenzaak gaat dicht. Een winkel met alleen steengoede lp's en cd's is ouderwets en niet meer lucratief. Onlangs was ik ook al in een sluitende Boudisque.
In Get kocht ik mijn eerste lp. Het was Met hart en ziel van de Tröckener Kecks. Ik had Rick de Leeuw zien optreden en was op slag verliefd geworden.
Get Records was wel een beetje eng. Bij Concerto had ik wel eens singletjes gekocht, zoals Ik voel me zo verdomd alleen van Danny de Munck. Het was een grote winkel, dus prettig anoniem voor als je puber bent en je bang bent dat mensen je gaan uitlachen om je wansmaak. In Get, daar ging het echt om muziek. De mensen achter de balie hadden er verstand van. High Fidelity moest nog uitkomen, maar anders had ik daaraan gerefereerd. Get Records zou ik dus nooit indurven. Maar bij Concerto was de lp uitverkocht, en verliefd is verliefd. Ik schuifelde Get Records binnen, legde de plaat op de toonbank en was blij dat ik een instemmende blik terugkreeg.
Vele jaren volgden, en vele verliefdheden bovendien. Ook wel eens een lichte giecheldrang bij een van de jongens achter de balie, maar ik zeg lekker niet wie.
Ik kocht er kaartjes voor tientallen concerten en kocht dan soms een cd van een band die ik niet kende, maar die me hartstochtelijk aangeraden werd.
Soms was dat helemaal goed, soms viel het tegen.
Mijn smaak mag dan in sommige kringen alternatief heten, in Get was ik natuurlijk een beetje een mietje.
Zo heb ik nog steeds geen Japanse band in de kast.
Gisteren ging ik mijn oprechte deelneming betuigen. Ik kocht de nieuwe van Ane Brun en de oude van Eels.
Het zullen niet de laatste cd's zijn die ik er kocht.
Get is nog tot 1 juli 15 juni (!) open.
Reflecties zijn geinig
"Waarom fotografeer jij de grond?", vroeg een oudere dame aan mij.
"Ik fotografeer de reflectie in de plas", zei ik.
"Dat dacht ik! Ik heb ook een mooie gezien, kom maar even mee", en ze wees me even verderop met een gerimpeld vingertje een paaltje in de weerspiegeling.
"En daar is er nog een hoor, daarin zie je de wolken."
Zo drentelden we over het terras van het Nieuwe Muziekgebouw aan 't IJ.

En toen nam ik meteen maar even de planken van het terras mee.

Caesar
Wat grappig, dacht ik, toen ik de lange rij voor de Melkweg zag, dat Caesar nog zulke jonge types trekt. En eigenlijk had ik wel veel bekenden verwacht op het afscheidsconcert van deze Amsterdamse band. Maar in de rij gans geen bekenden. Eigenlijk ook geen meisjes. Ik voegde me in de rij met de puberjongens. Mijn vrienden voegden zich bij mij, zich ook verbazend. Toen de rij de bocht omging, zagen we het papiertje boven de deur. Stephen Lynch. Huh? De rest van de avond zou ik van bekenden horen dat ze me al in de verkeerde rij hadden zien staan.
Tsk.
Het was 1996. Ik hing aan de bar waar ik zo vaak hing en nog zo vaak zou hangen. Uit die stamkroeg zijn diverse prachtkinderen voortgekomen, dus de gesprekken waren er wel degelijk vruchtbaar.
'Dit is een leuk liedje', zei ik tegen de barman.
'En dat is de zanger', zei hij, terwijl hij wees op een lange slungel die verderop aan de bar hing.
'Hihi', zei ik.
Ik was 21 en hihi waren door mij vaak gebezigde lettergrepen.
Het liedje bleek Firefly te heten.
Ik kocht de cd. Dat deed je nog toen. Het was de tijd nog ver voor een weblog, ik had een discman en dat was heel wat, ik had geen internet noch een e-mailadres, al hoorde je sommigen spreken over een digitale stad.
Je had me destijds moeten vertellen dat ik op 3 april 2008 bij het afscheidsconcert van deze band zou staan. Mensen van 32 kwamen niet meer bij concerten. Mensen van 32 hadden wel betere dingen te doen, zoals heel hard werken en voor de kinderen zorgen. Er waren wel eens mensen van 32 in de kroeg, maar die waren oúd.
Oud en een beetje sneu.
Caesar had bevriende bandjes uitgenodigd voor het voorprogramma om covers van hun liedjes te spelen. Dat was leuk. Niet alleen omdat de bandjes steengoed en ontroerend fanatiek waren, maar ook omdat ik de meeste nummers al jaren niet gehoord had. Mijn volwassen leven flitste aan me voorbij. Bettie Serveert kwam op en ik werd teruggeworpen in de tijd. Dat moest al wel een jaar of tien geleden zijn.
Ik rekende.
Het was 16 jaar geleden.
Dat was schrikbarend.
Ik miste vriendin S. danig. Ook toen Moss opkwam. Wij draaiden hen graag bij Radio Mortale. En ook toen Voicst kwam spelen. Vroeger toen zanger Tjeerd pas 19 was en ik toch AL zeker 22 kwam hij wel eens mee. Hij wilde ook in een bandje. Nu stond er een supergoede en stoere zanger.
En toen Caesar opkwam en begon te spelen werd het nog veel erger een trip down Memory Lane. Er waren tijden dat het leek alsof je Caesar wel drie keer per week in Amsterdam kon horen spelen. Hoe vaak had ik ze wel niet gezien? Ik was jong, vol plannen, strakomlijnde ideeën en zwartwitte principes. Geen idee wat ik nog zou meemaken.
En hoe stond ik er nu voor?
Meezingend, precies zo dansend als toen. Tussen allemaal lieve mensen.
32.
Helemaal niet zo oud, opvallend gelukkig.
Ik werd er bijkans emotioneel van. Nee, laat ik het maar toegeven.
Het zout van mijn traan ligt vermengd met een plasje bier op de vloer van de Melkweg.
Het was een grandioze avond.
Caesar, bedankt.
Amsterdam
Hier is hier wat grijzig buiten, mijn huis staat er prima bij en de koeien staan nog steeds in het uitzicht uit de trein.
Er zit een nieuwe koffietent in de straat.
Ik ben al drie dagen terug maar het voelt als een uur.
Iedereen zegt 'Je had het leuk hè en heb je dat nog gedaan en dat en ben je daar nog geweest en heb je dat gezien en ben je daar nog langs gegaan?' en het is opmerkelijk hoe vaak ik nee moet zeggen.
Dan zeg ik 'Maar ben jij ook in The Bronx geweest en in Queens en in Harlem en heb je dat ook gezien en dat ook gedaan en daar ook gegeten?' en dan zeggen zij allemaal nee.
Heb ik ze lekker tuk.
Dat is wat ik doe deze dagen.
Te pas en te onpas refereren aan mijn vakantie en dan weer bovenstaand gesprek voeren.
Ik vaar er wel bij. Ik hou het nog wel even vol.
New York Stories 8
We stapten over op 125th Street om de metro naar The Bronx te pakken. Je zag ze kijken. Wij keken heel erg stoer terug. We moesten eruit bij Yankee Stadium - een beetje jammer vonden we dat, omdat we natuurlijk juist heel stoere toeristen waren die naar The Bronx durfden. Het Yankee Stadium is dan zo'n beetje de enige toeristische plek van The Bronx.
Gelukkig hielp de metro ons, door de halte over te slaan. En de halte erna, en die daarna en die daarna. En die daarna, en die daarna. Een omroepster had wel iets gezegd door de boxen, maar dat hadden we niet verstaan.
Pas ergens in het midden van The Bronx werden we afgezet. We besloten dan maar wat rond te gaan lopen op zoek naar lunch. Onze Lonely Planet had van alle bladzijden er maar twee aan The Bronx gewijd en het bijbehorende kaartje was niet erg gedetailleerd. We hadden een tijd lang geen idee waar we liepen. Muziek kwam uit de auto's die langskwamen. Er werd veel naar ons getoeterd, door snorders, zo bleek later. De mensen waren er anders dan in Manhattan, diverser, armer, luidruchtiger. Voor alle huizen zaten hekken, alles was tot de tanden toe beveiligd tegen ongewenst gespuis. Maar toch vooral viel de stilte op. De meeste winkels waren dicht, de rolluiken naar beneden, alsof het maandagochtend was in plaats van zaterdag. Toch zagen we in de eerste tien minuten meer kinderen op straat spelen dan we de hele week in Manhattan hadden gezien. Alle omheinde basketbal- en honkbalveldjes werden gebruikt. Er waren opvallend veel Latino's en minder zwarten dan ik had verwacht. Alle verboden op de borden stonden ook in het Spaans.
Zo liepen we kilometers door The Bronx, terwijl we met grote ogen nagekeken en soms besmuikt uitgelachen werden. Het extreem handige stratensysteem in Manhattan misten we hier, waardoor we een aantal keer verkeerd liepen. We hadden dorst en honger, maar konden geen enkele tent vinden die open was. Tot we bij The Subway kwamen bij het Crotona Park in Belmont. De aanwezigen keken verbaasd op. Ik voelde me danig opgelaten, te meer daar ik de man achter de counter voor geen meter kon verstaan. Een donkere man naast ons schoot ons direct te hulp. Hij tolkte voor ons. Een klein jongetje achter de counter keek mij de hele tijd breed lachend aan, alsof hij nog nooit een blanke had gezien, maar me wel wilde houden. De vrouw achter de counter hielp ons ook. Uiteindelijk kregen we twee gigantische stokbroden vol ingrediënten, waarvan we later de helft zouden weggooien. Een grote vent zei 'respect' toen hij onze broden zag.
Op het metrostation was een jongen zonder geld. Hij werd door de beveilging gratis doorgelaten.
We gingen naar het Bronx Museum, waar een vrouw bij de kassa zat die zich afvroeg wat mensen in het museum moesten. Ze was net aan deze baan begonnen en het museum was hartstikke leeg. Er was een feministische expositie gaande, waar ze zich een beetje voor leek te verontschuldigen tegenover L., en een fototentoonstelling, die ze wel goed vond. Het waren prachtige foto's van Jamel Shabazz van New York en zijn bewoners. Toen we drie artikelen kochten in het museumwinkeltje, moest de dame ze stuk voor stuk afrekenen omdat ze niet wist hoe ze het bij elkaar moest optellen. Ze verontschuldigde zich lachend voor haar onhandigheid.
De vriendelijkheid waarmee we overal werden ontvangen, verraste me. De buurt maakte veel meer indruk op me dan Harlem, met name door de diversiteit van de mensen. In Harlem leek iedereen zwart, hier was het een allegaartje van mensen die in deze buurt moesten wonen. Het weer was wederom fantastisch. Koud, maar een strakblauwe lucht en felle zon. Houten huisjes stonden er parmantig bij tussen de torenflats. Misschien dat ik daarom zo relaxt rondliep, me zelfs wel stoer voelde als we groepjes hangenden op de stoep altijd onder commentaar van hen passeerden.
Er was geen zak te doen in The Bronx, en misschien juist daarom was het een fijne afwisseling van het almaar drukke en zinderende Manhattan.

Zoek: